Staten die falen in het aanpakken van klimaatverandering, kunnen volgens het Internationaal Gerechtshof (ICJ) internationaalrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. In een juridisch advies dat als historisch wordt beschouwd, bevestigt het Hof dat staten verplicht zijn om milieuschade te voorkomen, ook als die schade andere landen treft.

Beeld: Demyan/NL nieuws | Akhi Bansidhar | Bewerking: NL nieuws | Tekst: Akhi Bansidhar
Het Internationaal Gerechtshof stelt in een gezaghebbend advies dat landen onder het internationaal recht verantwoordelijk zijn voor het tegengaan van klimaatverandering. Wanneer staten tekortschieten in het nemen van effectieve maatregelen, kunnen zij aansprakelijk worden gehouden voor schade die daaruit voortvloeit, bijvoorbeeld in andere landen of op wereldwijde milieugoederen zoals de oceaan en de atmosfeer.
Dit advies van het Internationaal Gerechtshof werd gevraagd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, naar aanleiding van een initiatief van de eilandstaat Vanuatu. Meer dan 130 staten schaarden zich achter het verzoek, dat gericht was op duidelijkheid over de klimaatverplichtingen van staten onder het internationaal recht en de gevolgen van niet-naleving.
Volgens het ICJ rusten op staten zowel procedurele als materiële verplichtingen. Zij moeten onder andere broeikasgasemissies reduceren, beleid voeren dat rekening houdt met voorzorgsbeginselen en risico’s monitoren. Die plichten zijn volgens het Hof niet nieuw: ze komen voort uit bestaande bronnen zoals het internationaal gewoonterecht, het VN-Zeerechtverdrag en internationale mensenrechtenverdragen.
Een kernpunt in het advies is de erkenning dat een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu besloten ligt in fundamentele mensenrechten, zoals het recht op leven en gezondheid. Daardoor kan klimaatschade ook worden gezien als een mensenrechtenschending, wat juridische procedures tegen staten versterkt, zowel nationaal als internationaal.
Het Hof oordeelt bovendien dat wanneer staten hun verplichtingen schenden en daardoor schade toebrengen aan andere landen, er sprake kan zijn van een internationaal onrechtmatige daad. In dat geval kan herstel geboden zijn, waaronder schadevergoeding of andere vormen van genoegdoening, afhankelijk van de ernst van het geval.
“Baanbrekende uitspraak. Het is duidelijk dat verschillende verplichtingen in samenhang moeten worden gezien. Het Verdrag van Parijs kan niet gebruikt worden als excuus om geen ambitieuze klimaatactie te nemen en staten kunnen aansprakelijk worden gesteld als ze hun verplichtingen aan hun laars lappen,” zegt Margaretha Wewerinke-Singh tegenover NL nieuws-redacteur Akhi, die de zaak voor ons volgt.
Het ICJ-advies sluit aan bij recente internationale jurisprudentie. Zo bepaalde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2024 dat staten concrete beschermingsmaatregelen moeten nemen tegen klimaatgerelateerde risico’s. Ook het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde onlangs dat staten ecosysteemherstel als positieve verplichting hebben.
Hoewel het advies van het ICJ geen bindende kracht heeft, wordt het gezien als een belangrijk referentiepunt voor toekomstige rechtszaken, verdragsinterpretaties en internationale onderhandelingen. Vooral voor klimaatkwetsbare landen zoals eilandstaten biedt het juridische houvast om druk uit te oefenen op grote uitstoters.