Kabinet trekt miljarden uit voor koopkracht en wonen, toch gaan huishoudens er iets op achteruit

Gepubliceerd op 15 september 2026 om 19:28

Het kabinet trekt volgend jaar miljarden uit om de koopkracht te ondersteunen, woningen te bouwen en te investeren in wegen en andere infrastructuur. Toch gaan Nederlandse huishoudens er in 2027 gemiddeld iets op achteruit. Dat blijkt uit de Miljoenennota die minister Heinen van Financiën dinsdag op Prinsjesdag heeft aangeboden aan de Tweede Kamer.

Beeld: Jessy Domenie Photography - Tekst: Nieuwsredactie

Volgens cijfers van het Centraal Planbureau daalt de koopkracht volgend jaar in doorsnee met 0,1 procentpunt. Onder meer de oorlog in het Midden-Oosten en hogere prijzen spelen daarbij een rol. Zonder extra maatregelen van het kabinet zou de achteruitgang groter zijn geweest.

Een van de maatregelen die veel automobilisten direct zullen merken, is de accijnskorting op benzine en diesel. Het kabinet trekt in totaal 1,4 miljard euro uit om de korting aan de pomp in stand te houden.

Ook gaat er extra geld naar de woningbouw. Jaarlijks wordt 425 miljoen euro via beleidsmaatregelen geïnvesteerd in woningcorporaties, zodat zij meer huizen kunnen bouwen. Daarnaast wil het kabinet de overdrachtsbelasting voor woningcorporaties schrappen. Voor investeerders moet die belasting vanaf 2027 omlaag van 8 naar 7 procent.

Voor infrastructuur komt eenmalig 1,5 miljard euro extra beschikbaar en daarna structureel 300 miljoen euro.

Ook een aantal eerder aangekondigde bezuinigingen en hervormingen gaat niet door of wordt uitgesteld. Zo is het plan om de AOW-leeftijd direct één-op-één te laten meestijgen met de levensverwachting definitief geschrapt.

Het kabinet ziet ook af van het plan om het maximumdagloon met 20 procent te verlagen. Andere maatregelen binnen de sociale zekerheid worden een jaar uitgesteld. Het kabinet wil die tijd gebruiken om met werkgevers, werknemers en andere organisaties tot een breder sociaal akkoord te komen.

Volgens minister Heinen moet Nederland tegelijkertijd meer doen om de economie te laten groeien. Het kabinet wil daarom investeren, hervormen en nauwer internationaal samenwerken. Problemen zoals netcongestie, ingewikkelde regelgeving en trage vergunningverlening moeten worden aangepakt om bedrijven gemakkelijker te laten investeren.

"Of we het nu hebben over onze veiligheid, onze sociale voorzieningen, of de kansen die we volgende generaties willen geven, het valt of staat met de kracht van onze economie", zegt Heinen. Economische groei moet volgens hem daarom "weer een nationale opdracht worden".

Ondertussen blijft het begrotingstekort volgens de plannen net onder de Europese grens van 3 procent. In 2027 komt het tekort naar verwachting uit op 2,9 procent van het bruto binnenlands product. In 2030 moet dat zijn gedaald naar 2,2 procent.

De staatsschuld loopt de komende jaren wel op: van 45,6 procent van het bbp in 2026 naar 46,9 procent volgend jaar en 48,9 procent in 2030.

Het kabinet benadrukt dat gezonde overheidsfinanciën nodig zijn om ook in de toekomst voldoende geld over te houden voor investeringen en om de Nederlandse welvaart op peil te houden.